Wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn?
Al vast beginnen met gegevens verzamelen
U kunt nu al starten met het verzamelen en ordenen van de productgegevens die straks de basis vormen voor een digitaal productpaspoort. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bouwt op het idee dat informatie over een product door de hele toeleveringsketen heen beschikbaar moet zijn — van grondstof tot eindproduct. Dat principe staat al vast, ook al is de specifieke regeling voor meubels nog niet gepubliceerd. Wie nu al een overzicht maakt van materialen, herkomst, samenstelling en leveranciers, hoeft straks niet bij nul te beginnen zodra de regels voor meubels concreet worden.
Voor wie dit nu al relevant is
Dit is relevant voor meubelfabrikanten, importeurs en projectinrichters die producten op de EU-markt brengen of daarin een rol spelen als schakel in de keten. Het gaat om een voorbereidende fase: het ordenen van gegevens die een bedrijf vaak toch al ergens heeft, zoals materiaalsamenstelling, herkomst van onderdelen en gegevens van toeleveranciers. Het geldt nadrukkelijk niet als een wettelijke verplichting op dit moment — er is voor meubels nog geen gedelegeerde handeling die vastlegt welke gegevens verplicht in een paspoort moeten komen, hoe die eruit moet zien of vanaf wanneer die verplichting ingaat. Wat hier wordt beschreven is dus voorbereiding, geen compliance in de juridische zin van het woord.
Vaste datum ontbreekt nog voor meubels
Er is nog geen vaste datum waarop het digitaal productpaspoort voor meubels verplicht wordt. De Europese Commissie werkt met een werkplan waarin wordt vastgelegd in welke volgorde productgroepen aan de beurt komen voor een gedelegeerde handeling; dat mechanisme is geregeld in artikel 18 van de ESPR (prioritering en planning). Voor de periode 2025-2030 wordt een gedelegeerde handeling voor meubels verwacht in 2028; pas daarna volgt de datum waarop de verplichting voor deze productgroep daadwerkelijk ingaat, naar verwachting rond 2030. Zolang die handeling er niet is, gelden er voor meubels geen concrete eisen aan inhoud, vorm of indieningstermijn van een productpaspoort. Tot die tijd blijft het bij de algemene uitgangspunten van de ESPR zelf, zonder de productspecifieke invulling die pas met de gedelegeerde handeling komt.
Stap voor stap: waar u nu mee begint
De meest logische eerste stap is een interne inventarisatie: welke materialen, onderdelen en grondstoffen zitten er in de producten, en van welke leveranciers komen die. Vervolgens is het zinvol om in kaart te brengen welke van die leveranciers al gegevens kunnen aanleveren over herkomst, samenstelling of milieukenmerken, en welke dat nog niet kunnen — dat sluit aan bij artikel 38 van de ESPR, dat gaat over de rol van actoren in de toeleveringsketen bij het beschikbaar stellen van informatie. Daarna is het handig om te kijken welke gegevens al ergens vastliggen voor andere doeleinden, zoals veiligheidsinformatiebladen, milieuverklaringen of certificeringen, zodat dubbel werk wordt vermeden. Een volgende stap is het opzetten van een intern systeem of proces om deze gegevens actueel te houden, zodat ze niet verouderen tegen de tijd dat ze nodig zijn. Ten slotte is het verstandig de publicatie van het werkplan en van de gedelegeerde handeling voor meubels te volgen, zodat duidelijk wordt welke gegevens straks specifiek verplicht worden en welke voorbereiding al aansluit bij die eisen.
De basis: artikel 18 en 38 van de ESPR
Deze beschrijving steunt op twee onderdelen van de ESPR. Artikel 18 regelt de prioritering en planning: de Commissie stelt een werkplan op waarin wordt bepaald welke productgroepen wanneer aan de beurt komen voor een gedelegeerde handeling, en op basis van welke criteria die volgorde wordt bepaald. Daaruit volgt dat voor meubels nog geen productspecifieke eisen gelden zolang die handeling niet is gepubliceerd. Artikel 38 regelt de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen: het beschrijft dat partijen in de keten informatie moeten kunnen aanleveren die nodig is om aan de eisen van een productpaspoort te kunnen voldoen, zodra die eisen er zijn. Samen laten deze artikelen zien dat de verplichting an sich nog moet worden ingevuld, maar dat het principe van gegevensuitwisseling in de keten al onderdeel is van de verordening.
Wat nu concreet te doen is: begin met een inventarisatie van materialen en leveranciers, vraag na welke gegevens leveranciers al kunnen aanleveren, breng bestaande documentatie samen op één plek, en houd de publicatie van het werkplan en de gedelegeerde handeling voor meubels in de gaten. Zodra die handeling gepubliceerd wordt, staat de datum en de precieze inhoud van de verplichting hier vermeld.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 18 (prioritering en planning)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 38 (vereisten voor actoren in de toeleveringsketen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De gedelegeerde handeling voor meubels is er nog niet, en dat betekent dat de precieze eisen — welke gegevens, welke datadrager, welke uitzonderingen — nu nog niet vastliggen. Dat is geen reden om te wachten. De ESPR zelf (Verordening (EU) 2024/1781) geeft al aanwijzingen over de richting, en een deel van het werk dat straks nodig is, kan nu al gebeuren zonder dat daarmee op de definitieve regels wordt vooruitgelopen.
Wat er van u wordt verwacht
Zicht krijgen op de eigen productinformatie
Artikel 18 van de ESPR beschrijft hoe de Europese Commissie productgroepen prioriteert en de werkplanning opstelt. Voor een fabrikant of importeur van meubels betekent dit vooral dat duidelijk is dát meubels op de planning staan, niet exact wat er straks van hen wordt gevraagd. Praktisch is dit het moment om te inventariseren welke informatie over materialen, samenstelling en herkomst van onderdelen al bestaat binnen het bedrijf, en welke nog ontbreekt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers zit die informatie vaak versnipperd bij inkoop, productie en een enkele leverancier — het samenbrengen ervan is op zichzelf al een klus die tijd kost, los van wanneer de verplichting ingaat.
Afspraken maken met leveranciers in de keten
Artikel 38 van de ESPR gaat over de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen: het benoemt dat partijen in de keten verplichtingen kunnen krijgen om informatie aan te leveren die nodig is voor het productpaspoort. Voor een meubelfabrikant die zelf geen stof, schuim of beslag produceert, betekent dit dat de eigen paspoortverplichting straks afhankelijk is van wat leveranciers aanleveren. Nu al het gesprek aangaan met leveranciers over welke gegevens zij kunnen leveren — en in welke vorm — voorkomt dat die afhankelijkheid pas aan het licht komt op het moment dat de eerste paspoorten daadwerkelijk moeten worden opgesteld.
Bestaande systemen tegen het licht houden
Veel bedrijven hebben al een vorm van productdatabase, ERP-systeem of artikelregistratie. Die systemen zijn zelden gebouwd met een productpaspoort in gedachten, maar bevatten vaak al een deel van de bouwstenen: artikelcodes, materiaalspecificaties, leveranciersgegevens. Het is nu te overzien welke velden er al zijn en welke structureel ontbreken. Wie zich afvraagt kan ik mijn bestaande productdatabase gebruiken voor het productpaspoort, doet er goed aan die vraag nu te stellen in plaats van pas wanneer de deadline concreet wordt.
Inzicht in de omvang van het eigen assortiment
Voor meubelmakers en -importeurs met veel varianten — kleuren, stoffen, afmetingen — is de vraag hoe een paspoort per variant wordt ingericht een aparte uitdaging. Dat vraagstuk staat los van de vraag wanneer de verplichting ingaat: de complexiteit van hoe maak ik paspoorten voor een meubelcollectie met veel kleur- en stofvarianten is nu al te doordenken, en de uitkomst daarvan – bijvoorbeeld of per variant een apart paspoort nodig is of een paspoort met varianten binnen één structuur – helpt bij het maken van een realistische inschatting van de benodigde inspanning.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt in de praktijk vaker terug dan gedacht.
Wachten tot de datum vaststaat. Bedrijven stellen alle voorbereiding uit tot de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, en ontdekken dan dat het verzamelen van materiaalgegevens bij tientallen leveranciers alleen al maanden in beslag neemt.
Geen overzicht van de eigen leveranciersketen. Vooral bij bedrijven die onderdelen inkopen van meerdere partijen — schuim van de één, stof van de ander, frame van een derde — is niet altijd duidelijk wie welke informatie kan aanleveren en wie niet. Dat gat wordt pas zichtbaar als er daadwerkelijk om gegevens wordt gevraagd.
Aannames over wat al voldoet. Een bestaand kwaliteitscertificaat of een bestaande productspecificatie wordt aangezien voor iets dat "vast wel genoeg is" voor het paspoort, zonder dat is nagegaan welke gegevens een paspoort straks feitelijk moet bevatten.
Onduidelijkheid over wie in de keten verantwoordelijk is. Bij import van meubels van buiten de EU bestaat onduidelheid over de vraag of de importeur, de fabrikant buiten de EU, of een andere partij in de keten de gegevens moet aanleveren — een vraag die raakt aan artikel 38 van de ESPR, en die zonder heldere afspraken vooraf tot vertraging leidt zodra het wel moet.
Voorraadbeslissingen zonder rekening te houden met toekomstige eisen. Beslissingen over aflopende collecties of showroommodellen worden genomen zonder stil te staan bij de vraag of en hoe die voorraad straks nog verkocht kan worden. Wie daar nu al over nadenkt, vindt aanknopingspunten bij wat doe ik met voorraad meubels die er al ligt als de regels ingaan.
Wat u kunt vastleggen
Ook zonder definitieve regels is het mogelijk om nu al een aantal zaken op papier te zetten, zodat de overstap naar een verplicht paspoort minder werk kost op het moment dat de datum wel vaststaat:
- Een overzicht van het huidige assortiment, per productlijn en per variant, met de materialen en onderdelen die daarin verwerkt zijn.
- Een lijst van leveranciers per onderdeel (stof, schuim, hout, metaal, beslag), met een aantekening welke leverancier al materiaalinformatie kan aanleveren en welke niet.
- Afspraken met leveranciers over het delen van gegevens, ook al is nog niet bekend in welk exact formaat dat straks moet.
- Een inventarisatie van de bestaande productdatabase of het ERP-systeem: welke velden zijn er al, welke ontbreken.
- Een eerste inschatting van de kosten die voorbereiding en toekomstige invoering met zich meebrengen — een richting daarvoor staat bij wat kost een productpaspoort voor meubels.
- Een notitie over de status van aflopende of oude collecties, zodat voorraadbeslissingen straks niet los staan van de paspoortverplichting.
Voor bedrijven die liever een vast stappenplan volgen in plaats van zelf een inventarisatie op te zetten, is er een overzicht bij hoe pak ik het productpaspoort voor meubels stap voor stap aan. Zodra de gedelegeerde handeling is gepubliceerd en de datum wel vaststaat, wordt hier aangegeven wanneer wordt het productpaspoort verplicht voor meubels.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.