Geldt het productpaspoort ook voor kleine bedrijven?
Ook kleine bedrijven vallen onder de regels, met extra ondersteuning
Ja, het productpaspoort geldt in beginsel voor alle bedrijven die onder de ESPR vallende producten op de markt brengen, ongeacht de bedrijfsgrootte. De verplichting is namelijk gekoppeld aan het product en de productgroep, niet aan het aantal medewerkers of de omzet van de fabrikant of importeur. Wel besteedt de ESPR in artikel 22 specifiek aandacht aan de positie van kleine en middelgrote bedrijven, met het oog op de extra last die deze regels voor kleinere organisaties kunnen betekenen.
Voor wie dit geldt en waarvoor niet
De kern is: de verplichting tot een digitaal productpaspoort ontstaat zodra een product uit een aangewezen productgroep op de Europese markt wordt gebracht. Voor meubels is dat op dit moment nog niet concreet vastgesteld — die aanwijzing gebeurt via een gedelegeerde handeling die nog moet worden gepubliceerd. Zodra meubels als productgroep zijn aangewezen, geldt de paspoortverplichting voor iedereen die zulke meubels op de markt brengt: grote fabrikanten, maar ook kleine werkplaatsen, importeurs en projectinrichters. Er staat in de ESPR geen algemene uitzondering die kleine bedrijven volledig buiten de paspoortplicht plaatst. Wat artikel 22 wél regelt, is dat er bij de uitvoering van de verordening aandacht is voor de specifieke situatie van kleine en middelgrote bedrijven — dit is dus geen vrijstelling, maar een vorm van ondersteuning en aandacht binnen hetzelfde kader waar alle bedrijven onder vallen.
Belangrijk om te onderscheiden: de vraag of een bedrijf klein is, is iets anders dan de vraag of een product onder de ESPR valt. Een eenmanszaak die meubels invoert, valt onder dezelfde productregels als een multinational die vergelijkbare meubels produceert. De bedrijfsgrootte speelt in de ESPR een rol bij de manier waarop de regels worden toegepast en ondersteund, niet bij de vraag óf ze van toepassing zijn.
Wat nu al vaststaat en wat nog niet
Een concrete datum waarop de paspoortplicht voor meubels ingaat, is er nog niet. Het werkplan van de ESPR voor de periode 2025-2030 noemt een gedelegeerde handeling voor meubels die wordt verwacht in 2028; dat is een planning, geen vastgestelde verplichting. Zodra die gedelegeerde handeling is gepubliceerd, staat vast per wanneer meubels onder de paspoortplicht vallen, en dan wordt ook duidelijk of en hoe daarin rekening wordt gehouden met kleinere bedrijven — bijvoorbeeld via overgangstermijnen of praktische ondersteuning. Tot die tijd is er voor meubels geen wettelijke paspoortplicht, voor bedrijven van elke omvang.
Wat al wel vaststaat: artikel 22 van de ESPR bepaalt dat er bij de toepassing van de verordening in algemene zin aandacht is voor kleine en middelgrote bedrijven. Dat artikel geldt onafhankelijk van de vraag welke productgroepen al zijn aangewezen — het is onderdeel van het algemene kader van de verordening.
Hoe een klein bedrijf dit het beste kan aanpakken
De eerste stap is nagaan of en wanneer meubels als productgroep worden aangewezen — dat bepaalt of en vanaf welk moment de paspoortplicht concreet wordt. Zolang die aanwijzing er niet is, hoeft een klein bedrijf geen paspoort te maken, maar het is wel verstandig om te volgen wanneer de gedelegeerde handeling verschijnt, omdat daarin ook praktische details staan zoals eventuele overgangsperiodes.
Een tweede punt om in de gaten te houden: zodra er meer bekend is over de precieze invulling van de ondersteuning voor kleine en middelgrote bedrijven onder artikel 22, is dat relevant voor de manier waarop de verplichting in de praktijk wordt vormgegeven — denk aan de vraag of er sprake is van vereenvoudigde procedures of aanvullende begeleiding. Dat is nu nog niet ingevuld, dus een klein bedrijf doet er goed aan hierover de officiële publicaties te volgen in plaats van op voorhand aannames te doen over lichtere regels.
Praktisch gezien verandert de aanpak van het paspoort zelf niet wezenlijk door de bedrijfsgrootte: ook een klein bedrijf zal de gegevens over het product moeten aanleveren die nodig zijn om het paspoort samen te stellen, zoals materiaalgebruik en herkomst. De omvang van het bedrijf bepaalt niet welke gegevens nodig zijn — dat bepaalt de productgroep en de daarbij horende gedelegeerde handeling.
Waar dit uit volgt: artikel 22 van de ESPR
Deze uitleg is gebaseerd op artikel 22 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), dat specifiek ingaat op kleine en middelgrote bedrijven binnen het kader van de verordening. Voor de precieze inhoud van dat artikel en de wijze waarop dit in de praktijk wordt uitgewerkt, is de officiële tekst van de verordening de aangewezen bron.
Wie op dit moment al met meubels werkt, hoeft dus niet te wachten op een aparte regeling voor kleine bedrijven om te begrijpen waar hij aan toe is: de paspoortplicht zelf hangt af van de aanwijzing van meubels als productgroep, en die aanwijzing is er nog niet. Zodra die er wel is, geldt de verplichting voor elk bedrijf dat zulke meubels op de markt brengt, met — via artikel 22 — aandacht voor de specifieke positie van kleinere ondernemingen binnen dat kader.
Waar dit op gebaseerd is
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Artikel 22 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) besteedt aandacht aan kleine en middelgrote bedrijven, maar dat artikel schrapt de verplichting voor deze groep niet. De kern is dat de verplichtingen uit de verordening in principe voor alle bedrijven gelden die een product op de markt brengen, ongeacht de omvang van het bedrijf. Wat artikel 22 wel regelt, is dat er aandacht moet zijn voor de positie van kleine en middelgrote bedrijven bij de uitvoering: denk aan ondersteuning, informatievoorziening en mogelijke financiering vanuit lidstaten of de Unie. Dat is iets anders dan een vrijstelling.
Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers is dit onderscheid belangrijk om scherp te houden. Het is niet zo dat de bedrijfsgrootte automatisch bepaalt of er een paspoort moet komen — dat hangt af van het product en van de gedelegeerde handeling die voor die productgroep wordt vastgesteld. Meubels vallen daaronder, zoals beschreven op de pagina over geldt het digitaal productpaspoort voor mijn meubels. De omvang van het bedrijf is dus geen zelfstandige uitzonderingsgrond.
Het paspoort samenstellen en beschikbaar houden
Wanneer de gedelegeerde handeling voor meubels van kracht wordt, geldt de verplichting om een productpaspoort te voeren voor alle marktdeelnemers die onder de reikwijdte vallen, van eenpersoonszaak tot internationale keten. Voor een bedrijf van deze omvang betekent dit praktisch dat er een proces moet komen om de juiste gegevens te verzamelen, te laten vastleggen in een paspoort en beschikbaar te houden — vaak makkelijker te organiseren wanneer dit als vast onderdeel van de productie- of inkoopadministratie wordt ingericht, in plaats van als eenmalige actie per product.
Aandacht voor evenredigheid in de uitvoering
Artikel 22 spreekt over maatregelen om de uitvoeringslast voor kleine en middelgrote bedrijven te verlichten, zoals begeleiding of vereenvoudigde procedures. Wat die maatregelen concreet inhouden voor de meubelbranche, is nog niet uitgewerkt — dat volgt uit de gedelegeerde handeling en eventuele aanvullende richtsnoeren. Het is dus verstandig hier geen aannames over te doen totdat de tekst er ligt; meer over hoe die handeling tot stand komt staat op de pagina over wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat u moet doen.
Samenwerken in de keten
Een bedrijf van deze omvang produceert vaak niet alles zelf: onderdelen, stoffering of afwerking komen van toeleveranciers. De verplichting om gegevens compleet en actueel te houden verschuift daarmee niet vanzelf naar die toeleveranciers. Wie het paspoort samenstelt, blijft afhankelijk van de gegevens die worden aangeleverd, en die afhankelijkheid moet praktisch worden ingericht — bijvoorbeeld door vast te leggen wie welk gegeven levert en bijhoudt.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt terug bij bedrijven van deze omvang.
Ten eerste: de aanname dat "klein" gelijk staat aan "vrijgesteld". Omdat andere EU-regelgeving soms wél drempels voor bedrijfsgrootte kent, wordt die logica soms ten onrechte doorgetrokken naar de ESPR.
Ten tweede: het paspoort wordt als eenmalig project behandeld in plaats van als lopend proces. Bij een klein team ontbreekt vaak een aparte compliance-afdeling, waardoor het paspoort bij één persoon terechtkomt die het naast andere taken doet — met risico op achterstand zodra gegevens wijzigen. Zie ook de pagina over hoe actueel de gegevens in het paspoort moeten zijn.
Ten derde: onduidelijkheid over wie in de keten welk gegeven levert. Bij een klein bedrijf dat veel uitbesteedt, ontbreekt soms een vaste afspraak met toeleveranciers over materiaalgegevens, waardoor het paspoort later met hiaten wordt samengesteld.
Ten vierde: verwarring tussen maatwerkproductie en serieproductie. Een klein bedrijf dat op projectbasis werkt, gaat er soms van uit dat maatwerk automatisch buiten de regels valt. Dat is niet zonder meer het geval; de pagina over het productpaspoort en meubels op maat gaat hier verder op in.
Ten vijfde: te lang wachten met voorbereiden omdat de exacte verplichtingen nog niet vaststaan. Ook zonder definitieve datum is het invoeren van een gegevensproces iets dat tijd kost, en dat tijdig starten voorkomt haast op het moment dat de handeling wél gepubliceerd wordt.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van welke producten uit het assortiment onder de reikwijdte van de ESPR vallen, met verwijzing naar de toelichting op welke producten van de meubelbranche onder de ESPR vallen
- Een intern proces voor het verzamelen en actueel houden van productgegevens, inclusief wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is
- Afspraken met toeleveranciers over welke gegevens zij aanleveren en met welke regelmaat
- Een overzicht van welke gegevens uiteindelijk in het paspoort moeten komen, zoals beschreven op de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort van meubels komen
- Een aantekening over de status van de gedelegeerde handeling voor meubels, zodat duidelijk is wanneer de verplichting concreet wordt, zoals bijgehouden op de pagina over wanneer het productpaspoort verplicht wordt voor meubels
- Een korte notitie over wat wel en niet als bedrijfsgevoelig wordt beschouwd binnen de eigen gegevens, ter voorbereiding op de vraag of bedrijfsgevoelige gegevens over meubels openbaar moeten worden gemaakt
Deze vastleggingen maken het paspoort geen eenmalige actie, maar een onderdeel van de bedrijfsvoering dat meegroeit met wijzigingen in het assortiment en met de definitieve regels zodra die er zijn.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.