furnipas.eu

Volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten?

Meetmethode voor meubels is nog niet vastgesteld

De methode waarmee waarden voor het productpaspoort worden gemeten, staat nog niet vast. De ESPR bepaalt in artikel 39 dat de Europese Commissie per productgroep test-, meet- en berekeningsmethoden aanwijst, in beginsel via geharmoniseerde normen en, bij ontbreken daarvan, via gemeenschappelijke specificaties die de Commissie zelf vaststelt. Voor meubels is dat traject nog niet afgerond: de productspecifieke eisen, inclusief de manier van meten, volgen uit een gedelegeerde handeling die nog moet worden gepubliceerd. Tot die tijd bestaat er binnen de ESPR geen wettelijk voorgeschreven meetmethode specifiek voor meubels.

Welke waarden dit raakt, en welke niet

Deze vraag speelt bij alle waarden die straks in het digitale productpaspoort van een meubelstuk komen te staan en die uit een meting of berekening voortkomen — denk aan zaken als een recyclagepercentage, het gehalte gerecycled materiaal, of andere milieu- en prestatiekenmerken die de gedelegeerde handeling voor meubels gaat vastleggen. Het gaat om methodevragen: hoe een waarde wordt bepaald, met welke test, welke norm, welke rekenregel. Het gaat niet over de vraag wélke gegevens in het paspoort moeten komen te staan; dat volgt uit de informatievereisten van artikel 7 van de ESPR. Het gaat evenmin over de technische levering of hosting van het paspoort zelf. Ook gegevens die een fabrikant vrijwillig toevoegt, los van een wettelijke vereiste, vallen buiten dit onderwerp: daarvoor geldt geen voorgeschreven methode, tenzij de fabrikant zelf een norm aanhoudt.

Nog geen vaste datum voor meubels

Er is nog geen vastgestelde datum waarop de meetmethode voor meubels bekend wordt. Het werkprogramma voor ecologisch ontwerp 2025-2030 noemt voor meubels een gedelegeerde handeling, met een verwachting rond 2028; dat is een planning, geen vastgestelde datum. Zolang die handeling er niet is, bestaat er ook geen voorgeschreven test- of meetmethode voor meubels binnen de ESPR. Fabrikanten en importeurs die nu al gegevens verzamelen, doen dat op basis van methoden die zij zelf kiezen of die uit andere regelgeving of bestaande productnormen voor meubels voortvloeien, niet op basis van een ESPR-specifieke meetmethode. Zodra de gedelegeerde handeling voor meubels is gepubliceerd, staat daarin ook welke norm of methode gevolgd wordt, en die informatie komt hier te staan.

Wat dit betekent voor de dataverzameling

Wie nu al bezig is met het verzamelen van gegevens voor een toekomstig productpaspoort, brengt eerst in kaart welke waarden straks waarschijnlijk gevraagd worden. De algemene informatievereisten uit artikel 7 van de ESPR geven daarvoor een eerste richting, ook al zijn de meubelspecifieke details er nog niet. Daarna is het zinvol te kijken welke metingen of testen al worden uitgevoerd binnen bestaande kwaliteits- of veiligheidsnormen voor meubels, en die resultaten vast te leggen en te documenteren: die data raken niet verloren, ook als de uiteindelijke ESPR-methode op onderdelen afwijkt. Het is niet zinvol om nu al te investeren in een testopzet die specifiek is ingericht op een methode die de Commissie nog moet vaststellen, omdat die keuze pas met de gedelegeerde handeling voor meubels bekend wordt.

Waar dit staat: artikel 39 ESPR

Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt dat de Commissie test-, meet- en berekeningsmethoden aanwijst voor het vaststellen van de waarden die bij een productgroep horen, in beginsel via geharmoniseerde normen en anders via gemeenschappelijke specificaties. Deze methoden worden per productgroep uitgewerkt in de gedelegeerde handelingen die op grond van de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR de ecologisch-ontwerp-, prestatie- en informatievereisten voor die productgroep vaststellen. Voor meubels is die gedelegeerde handeling nog niet vastgesteld, wat betekent dat ook de bijbehorende meetmethode nog niet is aangewezen.

Voor wie nu al met dataverzameling bezig is, is het praktisch om bestaande metingen en testresultaten voor meubels goed te documenteren en de publicatie van de meubelspecifieke gedelegeerde handeling te volgen via de officiële EUR-Lex-pagina van de ESPR. Zodra de methode daarin is vastgelegd, wordt die hier toegelicht.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De vastgestelde meetmethode volgen zodra die er is

Voor meubels moet nog een gedelegeerde handeling komen die vastlegt welke ecologisch-ontwerpvereisten gelden en, daaraan gekoppeld, welke informatie in het productpaspoort komt (artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR, Verordening (EU) 2024/1781). Artikel 39 van diezelfde verordening bepaalt dat waarden die voortvloeien uit die vereisten, gemeten of berekend moeten worden volgens een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methode. Praktisch betekent dit voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat er nu nog geen concrete meetmethode is om te volgen — die komt met of na de gedelegeerde handeling voor meubels. Wat al vaststaat, is het principe: de methode moet toetsbaar zijn, niet een interne inschatting of een marketingclaim.

Rekening houden met geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties

Artikel 39 voorziet erin dat de Commissie geharmoniseerde normen kan aanwijzen, of bij gebrek daaraan gemeenschappelijke specificaties kan vaststellen, waarmee aan de meetverplichting wordt voldaan. Voor een meubelfabrikant betekent dit dat de methode niet per bedrijf wordt uitgevonden: er komt een vastgestelde norm of specificatie waarnaar verwezen kan worden. Voor een middelgroot bedrijf is het praktische gevolg dat de eigen kwaliteitsafdeling of externe adviseur op het moment dat die norm bekend is, moet nagaan welke testopstelling, meetapparatuur of rekenmodel daarin wordt voorgeschreven — en of het huidige laboratorium of de huidige testpartner daarmee kan werken.

Zorgen dat metingen aansluiten bij de productinformatie die in het paspoort komt

De waarden die met de methode van artikel 39 worden bepaald, zijn dezelfde waarden die uiteindelijk in het productpaspoort terechtkomen als onderdeel van de informatievereisten uit artikel 7. Dat raakt onder meer aan de vraag welke gegevens er in het productpaspoort van meubels komen: elke waarde die daar wordt opgevoerd, moet herleidbaar zijn tot een meting of berekening volgens de voorgeschreven methode, niet tot een schatting of een gemiddelde uit een productbrochure. Voor een bedrijf met een beperkte kwaliteitsafdeling betekent dit dat de keuze van testmethode en de keuze van in te vullen paspoortvelden niet los van elkaar staan.

Herkennen welke onderwerpen straks een eigen meetmethode krijgen

Verschillende onderdelen van het toekomstige paspoort lenen zich voor een eigen, specifieke methode. Denk aan de manier waarop de formaldehyde-emissieklasse van een meubel wordt bepaald, aan de berekening achter het recyclebaarheidspercentage, of aan de manier waarop een eventuele CO2-voetafdruk van een meubel wordt vastgesteld. Artikel 39 is de koepelbepaling die zegt dat er een betrouwbare methode moet zijn; de gedelegeerde handeling voor meubels zal per informatie-element aangeven welke methode dat precies is. Voor een bedrijf is het praktische gevolg dat niet één meetprotocol volstaat, maar dat per onderwerp nagegaan moet worden welke norm of testmethode van toepassing is.

Waar het misgaat in de praktijk

Interne testresultaten worden één-op-één overgenomen. Een fabrikant heeft eigen laboratoriumtests laten uitvoeren volgens een methode die intern gangbaar is, maar die niet overeenkomt met de methode die de gedelegeerde handeling straks voorschrijft. De resultaten zijn dan feitelijk niet bruikbaar voor het paspoort, ook al zijn ze wetenschappelijk correct uitgevoerd.

Leveranciersgegevens worden zonder methodetoets doorgezet. Een onderdeel — bijvoorbeeld een plaat, een schuimvulling of een textielcomponent — komt met een testrapport van de toeleverancier, maar niemand controleert of dat rapport volgens de straks voorgeschreven methode is opgesteld. Dit speelt met name bij vragen die raken aan het vastleggen van materiaal per onderdeel, waar meerdere toeleveranciers elk hun eigen testrapportages aanleveren.

Verwarring tussen “berekend” en “gemeten”. Sommige waarden, zoals een recyclebaarheidspercentage, zijn het resultaat van een berekening op basis van materiaalsamenstelling, geen fysieke meting. Als een bedrijf hier tests laat uitvoeren waar een rekenmodel wordt verwacht — of omgekeerd — sluit het resultaat niet aan bij wat de methode vraagt.

Oude meetresultaten worden te lang gebruikt. Een testrapport van enkele jaren geleden wordt hergebruikt voor het paspoort, zonder na te gaan of het product ondertussen is gewijzigd of of de meetmethode inmiddels is aangepast. Dit raakt ook aan de vraag hoe actueel de gegevens in het productpaspoort moeten zijn: een verouderde meting kan een paspoort opleveren dat feitelijk niet meer overeenkomt met het geleverde product.

Geen onderscheid tussen normen voor verschillende materialen. Bij een meubel met meerdere materialen — hout, metaal, textiel, kunststof — wordt soms één meetmethode op het geheel toegepast, terwijl afzonderlijke materialen elk hun eigen testmethode kunnen vereisen. Dit speelt bijvoorbeeld bij het vastleggen van gegevens over textiel en bekleding, waar een andere aanpak nodig is dan bij een houten of metalen frame.

Wat u kunt vastleggen

  • Per informatie-element in het paspoort: welke meetmethode of berekeningswijze is gebruikt, en op welke norm of specificatie die is gebaseerd, zodra deze bekend zijn.
  • De testrapporten of berekeningsdocumenten zelf, met datum, uitvoerende partij (intern laboratorium, extern testbureau of toeleverancier) en het productexemplaar of de productserie waarop de test betrekking had.
  • Een overzicht van welke onderdelen van een meubel door de eigen organisatie zijn getest en welke door een toeleverancier zijn aangeleverd, inclusief de bijbehorende rapportages.
  • Afspraken met toeleveranciers over de te gebruiken meetmethode, zodat aangeleverde waarden aansluiten bij wat het paspoort straks vereist.
  • Een versie-log van gebruikte meetmethoden, zodat bij een wijziging van de norm herleidbaar blijft welke waarde volgens welke methode is bepaald.
  • Een koppeling tussen testresultaten en de gegevens die uiteindelijk in het paspoort worden opgenomen, zodat bij een controle duidelijk is welke bron bij welke paspoortwaarde hoort.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.