moet ik de CO2-voetafdruk van mijn meubel laten berekenen voor het paspoort
Nog niet, zolang er geen productvereisten voor meubels zijn vastgesteld
Een CO2-voetafdruk komt alleen in het productpaspoort van een meubel te staan als de productspecifieke regels daarom vragen, en die regels zijn er voor meubels nog niet. De ESPR zelf verplicht niet rechtstreeks tot het berekenen van een CO2-voetafdruk; de verordening geeft het kader waarbinnen per productgroep wordt vastgelegd welke informatie- en prestatie-eisen gelden, inclusief de vraag of een klimaatgerelateerde indicator zoals de CO2-voetafdruk verplicht wordt. Voor meubels moet die uitwerking nog gebeuren. Tot dat moment is er geen wettelijke basis om een CO2-berekening als verplicht onderdeel van het paspoort te zien.
Voor welke meubels dit relevant wordt, en voor welke niet
De vraag of een CO2-voetafdruk verplicht wordt, speelt straks alleen voor productgroepen waarvoor dat expliciet in een gedelegeerde handeling is opgenomen. Niet elk product binnen de ESPR krijgt dezelfde eisen: de verordening werkt met maatwerk per productgroep, vastgelegd via de ecologisch-ontwerpvereisten en informatievereisten uit artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Voor meubels bestaat die uitwerking nog niet. Dat betekent dat een fabrikant of importeur die nu al een paspoort voorbereidt, geen CO2-cijfer hoeft te reserveren omdat "het toch wel gaat komen" — dat is nog niet vastgesteld, en de vorm waarin het eventueel komt (een enkel getal, een bandbreedte, een verplichte rekenmethode) staat evenmin vast. Dit onderscheid is met name relevant naast andere paspoortgegevens die wél al concreet worden ingevuld, zoals welke gegevens er in het productpaspoort van meubels komen op basis van de algemene structuur uit artikel 10.
Wanneer dit wel gaat gelden, staat nog niet vast
Er is geen vaste datum waarop een CO2-voetafdruk voor meubels verplicht wordt, omdat de gedelegeerde handeling met productvereisten voor meubels nog niet is gepubliceerd. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 wordt die handeling rond 2028 verwacht, maar dat is een planning en geen vastgestelde verplichting — de daadwerkelijke inhoud en het toepassingsmoment worden pas duidelijk zodra de tekst is gepubliceerd. Tot die tijd geldt voor meubels geen enkele verplichting om een CO2-voetafdruk te berekenen of te vermelden, simpelweg omdat de rechtsgrond daarvoor ontbreekt. Zodra de gedelegeerde handeling voor meubels bekend is, wordt dit artikel bijgewerkt met de datum die daarin staat.
Wat er nu concreet te doen is
Voor wie het paspoort nu al voorbereidt, is het praktisch om de aandacht te leggen op de gegevens die al wel vastliggen of op korte termijn worden verwacht, in plaats van tijd te steken in een CO2-berekening die nog geen wettelijke basis heeft. Concreet betekent dit, in de volgorde waarin het meestal wordt opgepakt:
Eerst de basisgegevens op orde brengen die vrijwel zeker onderdeel worden van het paspoort, zoals materiaalsamenstelling. Wie dat per onderdeel van een meubel moet vastleggen — het frame, de bekleding, de bevestigingsmiddelen — leest dat terug bij materialen per onderdeel van een meubel vastleggen. Daarna is het zinvol te kijken naar gegevens die met meten samenhangen, zoals emissieklassen of gehalten aan bepaalde stoffen, en daarbij te checken volgens welke methode gemeten moet worden zodra dat relevant wordt — dat raakt aan artikel 39 van de ESPR, dat de kaders voor test-, meet- en berekeningsmethoden vastlegt zodra een productgroep specifieke eisen krijgt.
Wie nu al klimaatdata wil bijhouden — bijvoorbeeld omdat een klant, aanbestedende dienst of eigen duurzaamheidsbeleid daar wel om vraagt — kan dat uiteraard doen, maar dat is dan een eigen keuze of een contractuele afspraak, geen ESPR-verplichting. Het is aan te raden zo'n berekening dan apart te documenteren en niet automatisch te laten samenvallen met het wettelijk verplichte paspoort, omdat de methode en scope daarvoor nog kunnen wijzigen wanneer de officiële regels wel verschijnen. Een berekening die nu op eigen initiatief wordt gemaakt, moet dan mogelijk worden aangepast aan een verplichte methode die later wordt vastgesteld.
Tot slot is het verstandig rekening te houden met het feit dat een eventuele CO2-verplichting waarschijnlijk gepaard gaat met eisen over onderbouwing en actualisering. Hoe vaak paspoortgegevens moeten worden bijgewerkt wanneer een productgroep eenmaal onder specifieke eisen valt, staat beschreven bij hoe actueel de gegevens in het productpaspoort moeten zijn.
Waar dat staat: artikelen 5-7, 10 en 39 van de ESPR
De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt in de artikelen 5 tot en met 7 vast dat ecologisch-ontwerpvereisten — waaronder eventuele klimaatindicatoren — per productgroep worden bepaald via gedelegeerde handelingen, niet rechtstreeks door de verordening zelf. Artikel 10 beschrijft welke categorieën informatie in een digitaal productpaspoort kunnen worden opgenomen, maar ook dat wordt per productgroep concreet ingevuld. Artikel 39 regelt dat, zodra een berekening zoals een CO2-voetafdruk verplicht wordt voor een productgroep, dit moet gebeuren volgens een vastgestelde test-, meet- of berekeningsmethode — juist om te voorkomen dat elke fabrikant zijn eigen methode hanteert. Voor meubels ontbreekt de gedelegeerde handeling die deze artikelen concreet zou invullen, en daarmee ontbreekt ook de verplichting.
Wat hierna te doen staat
Wie nu een paspoort voorbereidt, kan het beste de zekere onderdelen eerst afronden — materialen, samenstelling, en eventuele stofinformatie — en de CO2-vraag laten rusten totdat de gedelegeerde handeling voor meubels is gepubliceerd. Deze pagina wordt bijgewerkt zodra die tekst verschijnt en duidelijk is of, hoe en vanaf wanneer een CO2-voetafdruk voor meubels verplicht wordt.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 39 (test-, meet- en berekeningsmethoden)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De CO2-voetafdruk is nog geen vaste eis voor meubels
De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) maakt het mogelijk om per productgroep specifieke eisen te stellen aan ecologisch ontwerp, inclusief eisen over milieu-impact zoals een CO2-voetafdruk. Dat gebeurt via gedelegeerde handelingen per productgroep, zoals beschreven in de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR. Voor meubels is die gedelegeerde handeling er nog niet. Er bestaat dus op dit moment geen vastgestelde verplichting om voor meubels een CO2-voetafdruk te berekenen en in het paspoort op te nemen. Wat er wél in het paspoort komt, staat beschreven op de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort van meubels komen; een CO2-cijfer staat daar vooralsnog niet standaard bij.
Als een CO2-eis er komt, telt de berekeningsmethode
Mocht er voor meubels ooit een verplichting tot het berekenen van een CO2-voetafdruk komen, dan bepaalt artikel 39 van de ESPR dat dit gebeurt volgens een vastgestelde test-, meet- of berekeningsmethode. Een eigen inschatting of een algemene levenscyclusanalyse volstaat dan niet zomaar; de methode wordt per productgroep vastgelegd, net zoals dat nu al geldt voor andere waarden die in het paspoort komen. Hoe dat in de praktijk werkt, staat toegelicht op de pagina over welke methode gebruikt wordt om de waarden voor het paspoort te meten. Een bedrijf dat nu al met een CO2-berekening werkt — bijvoorbeeld voor een keurmerk, een aanbesteding of interne rapportage — doet er goed aan de gebruikte methode en de onderliggende data te bewaren, zodat die later eenvoudig te herleiden zijn als er een verplichte methode komt.
Het paspoort moet klaarstaan voor een uitbreiding
Artikel 10 van de ESPR beschrijft de technische vereisten voor het digitale productpaspoort, waaronder de eis dat het paspoort gedurende de hele levensduur van het product actueel en toegankelijk blijft. Dat betekent dat een paspoort dat nu wordt aangemaakt zonder CO2-gegevens, later moet kunnen worden aangevuld zodra die eis er wel komt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers is dat vooral een technische en organisatorische kwestie: het platform en de gekozen datadrager moeten een update kunnen verwerken zonder dat het paspoort opnieuw moet worden aangemaakt. Hoe vaak en onder welke omstandigheden gegevens worden bijgewerkt, staat beschreven op de pagina over hoe actueel de gegevens in het productpaspoort moeten zijn.
Waar het misgaat in de praktijk
Een importeur neemt op eigen initiatief een CO2-cijfer op in het paspoort, gebaseerd op een berekening van een leverancier uit een ander werelddeel, zonder dat duidelijk is welke methode daarvoor is gebruikt. Zodra een klant of toezichthouder vraagt hoe het cijfer is bepaald, is er geen onderbouwing voorhanden.
Een fabrikant verwart de CO2-voetafdruk met het recyclebaarheidspercentage of met de milieu-informatie die al via andere regelgeving wordt gevraagd, en denkt dat een van die cijfers ook als CO2-voetafdruk kan dienen. Dat zijn verschillende berekeningen met een andere basis; hoe het recyclebaarheidspercentage wordt bepaald, staat op de pagina over het berekenen van het percentage recyclebaar materiaal van een meubel, en dat is geen vervanging voor een CO2-berekening.
Een projectinrichter belooft in een aanbesteding dat het paspoort "een CO2-voetafdruk per meubelstuk" zal bevatten, zonder te weten of en wanneer die eis daadwerkelijk gaat gelden. Die toezegging kan niet worden ingelost zolang de gedelegeerde handeling er niet is, en levert discussie op met de opdrachtgever.
Een bedrijf laat een externe partij een CO2-berekening maken, maar bewaart de onderliggende aannames en data niet. Als er later een verplichte methode komt, moet de berekening dan waarschijnlijk helemaal opnieuw worden gedaan, omdat niet meer te achterhalen is welke keuzes zijn gemaakt.
Een fabrikant neemt aan dat een CO2-cijfer "vast wel ergens bij moet", en vult het paspoort daarom in met een schatting die niet is onderbouwd, terwijl er voor meubels helemaal geen verplichting bestaat om dat te doen. Dat schept een verwachting bij de afnemer die niet houdbaar is.
Wat u kunt vastleggen
- De datum en versie van de ESPR-tekst die is geraadpleegd, zodat later duidelijk is welke stand van de regelgeving als uitgangspunt is genomen.
- Eventuele bestaande CO2-berekeningen (voor keurmerken, aanbestedingen of interne doeleinden), inclusief de gebruikte methode, de systeemgrenzen en de bronnen van de data.
- Contactgegevens en afspraken met leveranciers over wie welke milieudata levert, zodat een toekomstige CO2-eis niet leidt tot een zoektocht naar ontbrekende gegevens.
- Een overzicht van welke gegevens al wél in het paspoort staan, af te stemmen met de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort van meubels komen, zodat duidelijk is wat later eventueel moet worden aangevuld.
- Een notitie in het interne dossier dat de CO2-voetafdruk voor meubels nog niet verplicht is, met een verwijzing naar de stand van het ESPR-werkplan, zodat de organisatie niet per ongeluk verplichtingen communiceert die er nog niet zijn.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.